Wim Carbière

Was militair van 1980 tot 1986, nu caféhouder, neef van slachtoffer Bram Behr.

Betrokkenheid:
Alle verdachten zouden op één of andere manier deel hebben gehad aan de moord op 15 critici van het militaire bewind op of omstreeks 8 december 1982. Tot de slachtoffers behoorden topmilitairen, politici, journalisten, vakbondsmensen en juristen. Alle 25 verdachten moeten op 30 november 2007 voor de eerste maal voor de Krijgsraad verschijnen.

In de rechtzaal zegt Zeeuw dat het mogelijk is dat hij Wim Carbière, rond 8 december opdracht heeft gegeven de militair Jiwansingh Sheombar, die in Santo Boma was opgesloten, op te halen en naar Fort Zeelandia te vervoeren. Hij kan zich dat voorval echter niet helemaal herinneren.

Mede-verdachte Jimmy Stolk verklaart over ditzelfde voorval in de rechtbank dat hij Sheombar in opdracht van Paul Bhagwandas van Santo Boma naar Fort Zeelandia heeft gebracht.

Op 28 februari 2012. Carbière wordt gehoord. Hij  zou een centrale rol hebben gespeeld in het achterhalen van Behr’s geheime adres. Maar Carbière zei niet eens te hebben geweten waar zijn neef woonde en dat hij hem sinds 1981 niet meer had gezien of gesproken.  Als jonge MP’er heeft Carbière mensen opgehaald en afgeleverd bij het Fort Zeelandia, een alledaagse bezigheid van de MP toen.

‘ De MP had algemene opsporingsbevoegdheid over het hele land. Als er een aangifte was brachten we mensen op en sommigen werden doorverwezen naar de politie. We werkten samen met de politie,’ zei hij. Eventuele decemberslachtoffers, die hij ophaalde moeten, aldus de getuige, in dat licht gezien worden. Toen hem gevraagd werd wat hij dacht dat met de latere slachtoffers zou gebeuren, zei dat hij verwachtte dat ze zouden worden verhoord en dat indien niets tegen ze was gevonden, ze zouden worden heengezonden, zoals de procedure was.

Toen hij de dienstopdracht kreeg Bram Behr op te halen, vroeg de militair aan zijn commandant om een andere taak. De journalist was zijn volle neef en hij had kennelijk gewetensbezwaar om hem te arresteren. Kort voordat hij was uitgehoord zei hij op vragen van de Krijgsraad en auditeur-militair Roy Elgin, dat hij en Behr slechts tot hun 14de of 15de samen hebben opgetrokken en daarna zouden ze uit elkaar zijn gegroeid. Zijn verklaringen deden wel wenkbrauwen fronsen toen hij zei niet op de hoogte te zijn geweest van zaken van algemene bekendheid uit die tijd, zoals de felle kritiek van Behr’s krant Mokro en dat hij in de periode voor zijn dood niet geliefd was bij de legertop.

Op sommige vragen in dat kader reageerde de getuige enkel met: ‘Niet op de hoogte’, ‘Mij niet bekend’ of ‘Niet bekend bij mij’. Hij zou niet eens hebben geweten, dat zijn neef Behr vaker door de MP was opgehaald en opgesloten vanwege de scherpe bewoordingen, waarmee hij zich over de militairen uitliet in het pamflet Mokro. De getuige zou weleens Mokro hebben gelezen, maar hij weet niet meer wat hij daarin was tegengekomen. ‘Ik hield mij niet bezig met zulke zaken,’ zei hij op vragen. Als MP’er heeft hij nooit geïnformeerd waarom zijn neef was opgepakt.

Geraadpleegde bron: NoSpang.com