Wijzigingen Amnestiewet de details

Artikel 1 lid 1 sub a, b, c en d komen te vervallen.
Dit artikel maakt deel uit van de amnestiewet van 1992.

De indieners van de initiatiefwet pleiten voor het wijzigen van twee artikelen van de amnestiewet van 1992. De wet is in 1989 ingediend en in 1992 aangenomen. Het gaat om de periode waarop de wet betrekking heeft en waarbij de strafbare feiten in een twintigtal artikelen van het Wetboek van Strafrecht zijn aangegeven. Het gaat volgens de pleitbezorgers om dezelfde wet als van het Nieuw Front, alleen wordt het ‘gat’ gedicht. Amnestie zal na goedkeuring van de wijzigingen worden gegeven aan iedereen die strafbare feiten heeft begaan in de periode 1 april 1980 tot en met 19 augustus 1992 in het kader van deze wet.

Artikel II
1. Artikel 1 lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
De zinsnede: “Amnestie wordt verleend aan degenen die in het tijdvak aanvangende op 1 januari 1985 en eindigende op de datum van de inwerkingtreding van deze wet.” wordt gewijzigd in:
“Amnestie wordt verleend aan degenen die in het tijdvak aanvangende op 1 april 1980 en eindigende op 19 augustus 1992 strafbare feiten hebben begaan en/of daarvan worden verdacht in het kader van verdediging van de staat en/of omverwerping van het wettig gezag zoals de gebeurtenissen in December 1982 en de Binnenlandse oorlog”.

2. Artikel 1 lid 1 sub a, b, c en d komen te vervallen.

De artikelen die vervallen
Van het Wetboek van Strafrecht vervallen bij de uitvoering van de amnestiewet de volgende artikelen, als de wijziging wordt aangenomen en bekrachtigd door president Desi Bouterse. In de wet van 1992 stond expliciet aangegeven voor welke strafbare feiten amnestie werd verleend. Deze strafbare feiten zijn omgeschreven in de artikelen die nu komen te vervallen. Deze artikelen worden opnieuw gepubliceerd door Starnieuws.

Artikel 128
AANSLAG TEGEN DE MILITAIRE GEZAGSDRAGER
De aanslag ondernomen met het oogmerk om de hoogste militaire gezagsdrager van het leven of de vrijheid te beroven of tot het uitoefenen van zijn ambtsverrichtingen ongeschikt te maken, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 129
AANSLAG TEGEN HET STAATSHOOFD
De aanslag ondernomen met het oogmerk om het Staatshoofd of het waarnemend Staatshoofd van het leven of de vrijheid te beroven of tot het uitoefenen van zijn ambtsverrichtingen ongeschikt te maken, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 130
De aanslag ondernomen met het oogmerk om het grondgebied van de staat geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden, wordt gestraft met de doodstraf, levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 131
De aanslag ondernomen met het oogmerk om omwenteling teweeg te brengen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Leiders en aanleggers van een aanslag als in het eerste lid bedoeld, worden gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 132 a
GEWELD TEGEN DE REGERING
Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de regering uiteenjaagt, tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt, een lid uit die vergadering verwijdert of opzettelijk een lid verhindert die vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 133
De samenspanning tot een der in de artikelen 128-132a omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren.
Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, met het oogmerk om een der in de artikelen 128-132a omschreven misdrijven voor te bereiden of te bevorderen:
1o. een ander tracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn, of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;
2o. gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen;
3o. voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;
4o. plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;
5o. enige maatregel van bestuurswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.De voorwerpen, in het voorgaande lid, onder 3o bedoeld, mogen worden verbeurd verklaard.Niet strafbaar is hij, van wie blijkt, dat zijn oogmerk enkel gericht is op het voorbereiden of bevorderen van staatkundige veranderingen in algemene zin.
Indien in een der gevallen, in de eerste twee leden van dit artikel bedoeld, het misdrijf is gevolgd, kan de straf worden verdubbeld.

Artikel 134
Hij die met een buitenlandse mogendheid in verbinding treedt, met het oogmerk om haar tot het plegen van vijandelijkheden of tot het voeren van oorlog tegen de staat te bewegen, haar in het daartoe opgevatte voornemen te versterken, haar hulp daarbij toe te zeggen of bij de voorbereiding hulp te verlenen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Indien de vijandelijkheden worden gepleegd of de oorlog uitbreekt, wordt de doodstraf, levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.

Artikel 135
Hij die met een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam in verbinding treedt met het oogmerk om een zodanig persoon of lichaam tot het verschaffen van steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling te bewegen, om een zodanig persoon of lichaam in het daartoe opgevatte voornemen te versterken of aan een zodanig persoon of lichaam daarbij hulp toe te zeggen of te verlenen, of om een omwenteling voor te bereiden, te bevorderen of teweeg te brengen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 135a
STOFFELIJKE STEUN AAN OMWENTELING
Met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren wordt gestraft:
1º. hij die enig voorwerp invoert, dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijke steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden, dat het daartoe bestemd is;
2º. hij die enig voorwerp onder zich heeft of tot onderwerp ener overeenkomst maakt, dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijke steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden, dat het daartoe bestemd is en dat het voorwerp of enig ander voorwerp, waarvoor het in de plaats is getreden, hetzij met die bestemming is ingevoerd, hetzij door of vanwege een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam daartoe bestemd is.
De voorwerpen waarmede of met betrekking tot welke de in het voorgaande lid omschreven misdrijven zijn begaan, kunnen worden verbeurd verklaard.

MISDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE
Artikel 169
Hij die zich opzettelijk uit in woord, geschrift of afbeelding, waarin, zij het ook zijdelings, voorwaardelijk of in bedekte termen, verstoring van de openbare orde of omverwerping dan wel aanranding van het in Suriname gevestigd gezag wordt aangeprezen of daarvoor stemming wordt gemaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

Artikel 170
Hij die een geschrift of afbeelding, waarin, zij het ook zijdelings, voorwaardelijk of in bedekte termen, verstoring van de openbare orde of omverwerping dan wel aanranding van het in Suriname gevestigd gezag wordt aangeprezen of daarvoor stemming wordt gemaakt, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat, of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat in het geschrift of de afbeelding zodanige aanprijzing of zodanig stemming maken voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel, in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

Artikel 171
Hij, die in het openbaar uiting geeft aan gevoelens van vijandschap, haat of minachting jegens de Regering van Suriname, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

Artikel 172
Hij, die een geschrift of afbeelding, waarin gevoelens van vijandschap, haat of minachting jegens de Regering van Suriname tot uiting komen, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat, of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat in het geschrift of de afbeelding zodanige uiting voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel, in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

Artikel 173
Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beledigende vorm uitlaat over het openbaar gezag in Suriname, over een openbaar lichaam of over een openbare instelling, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste drieduizend gulden.

Artikel 174
Hij die een geschrift of afbeelding, waarin een uitlating in beledigende vorm over het openbaar gezag in Suriname, over een openbaar lichaam of over een openbare instelling voorkomt, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat in het geschrift of de afbeelding zodanige uitlating voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel, in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen twee jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

Artikel 175
Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beledigende of minachtende vorm uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of hun levensovertuiging, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van ten hoogste duizend gulden.

Artikel 175 bis
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of hun levensovertuiging, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van ten hoogste tweeduizend gulden.

Artikel 183
Hij die, kennis dragende van een samenspanning tot een der in de artikelen 128-132a of 140 bedoelde misdrijven, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen, opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis te geven, hetzij aan de ambtenaren der justitie of politie, hetzij aan de bedreigde, wordt, indien het misdrijf is gevolgd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste tienduizend gulden.

Artikel 184
Hij die, kennis dragende van een voornemen tot het plegen van een der in de artikelen 128-145 en 149 omschreven misdrijven, tot desertie in tijd van oorlog, tot militair verraad, tot moord, mensenroof of verkrachting of tot een der in Titel VII van dit Boek omschreven misdrijven voor zover daardoor levensgevaar wordt veroorzaakt, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen, opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis te geven, hetzij aan de ambtenaren der justitie of politie, hetzij aan de bedreigde, wordt, indien het misdrijf is gevolgd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.
Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, kennis dragende van enig in het eerste lid vermeld reeds gepleegd misdrijf waardoor levensgevaar is ontstaan, op een tijdstip waarop de gevolgen nog kunnen worden afgewend, opzettelijk nalaat daarvan gelijke kennisgeving te doen.
Bron: Starnieuws

Artikel 1 lid 1 sub a, b, c en d komen te vervallen.
Dit artikel maakt deel uit van de amnestiewet van 1992.

De indieners van de initiatiefwet pleiten voor het wijzigen van twee artikelen van de amnestiewet van 1992. De wet is in 1989 ingediend en in 1992 aangenomen. Het gaat om de periode waarop de wet betrekking heeft en waarbij de strafbare feiten in een twintigtal artikelen van het Wetboek van Strafrecht zijn aangegeven. Het gaat volgens de pleitbezorgers om dezelfde wet als van het Nieuw Front, alleen wordt het ‘gat’ gedicht. Amnestie zal na goedkeuring van de wijzigingen worden gegeven aan iedereen die strafbare feiten heeft begaan in de periode 1 april 1980 tot en met 19 augustus 1992 in het kader van deze wet.

Artikel II
1. Artikel 1 lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
De zinsnede: “Amnestie wordt verleend aan degenen die in het tijdvak aanvangende op 1 januari 1985 en eindigende op de datum van de inwerkingtreding van deze wet.” wordt gewijzigd in:
“Amnestie wordt verleend aan degenen die in het tijdvak aanvangende op 1 april 1980 en eindigende op 19 augustus 1992 strafbare feiten hebben begaan en/of daarvan worden verdacht in het kader van verdediging van de staat en/of omverwerping van het wettig gezag zoals de gebeurtenissen in December 1982 en de Binnenlandse oorlog”.

2. Artikel 1 lid 1 sub a, b, c en d komen te vervallen.

De artikelen die vervallen
Van het Wetboek van Strafrecht vervallen bij de uitvoering van de amnestiewet de volgende artikelen, als de wijziging wordt aangenomen en bekrachtigd door president Desi Bouterse. In de wet van 1992 stond expliciet aangegeven voor welke strafbare feiten amnestie werd verleend. Deze strafbare feiten zijn omgeschreven in de artikelen die nu komen te vervallen. Deze artikelen worden opnieuw gepubliceerd door Starnieuws.

Artikel 128
AANSLAG TEGEN DE MILITAIRE GEZAGSDRAGER
De aanslag ondernomen met het oogmerk om de hoogste militaire gezagsdrager van het leven of de vrijheid te beroven of tot het uitoefenen van zijn ambtsverrichtingen ongeschikt te maken, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 129
AANSLAG TEGEN HET STAATSHOOFD
De aanslag ondernomen met het oogmerk om het Staatshoofd of het waarnemend Staatshoofd van het leven of de vrijheid te beroven of tot het uitoefenen van zijn ambtsverrichtingen ongeschikt te maken, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 130
De aanslag ondernomen met het oogmerk om het grondgebied van de staat geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden, wordt gestraft met de doodstraf, levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 131
De aanslag ondernomen met het oogmerk om omwenteling teweeg te brengen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Leiders en aanleggers van een aanslag als in het eerste lid bedoeld, worden gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 132 a
GEWELD TEGEN DE REGERING
Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de regering uiteenjaagt, tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt, een lid uit die vergadering verwijdert of opzettelijk een lid verhindert die vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 133
De samenspanning tot een der in de artikelen 128-132a omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren.
Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, met het oogmerk om een der in de artikelen 128-132a omschreven misdrijven voor te bereiden of te bevorderen:
1o. een ander tracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn, of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;
2o. gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen;
3o. voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;
4o. plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;
5o. enige maatregel van bestuurswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.De voorwerpen, in het voorgaande lid, onder 3o bedoeld, mogen worden verbeurd verklaard.Niet strafbaar is hij, van wie blijkt, dat zijn oogmerk enkel gericht is op het voorbereiden of bevorderen van staatkundige veranderingen in algemene zin.
Indien in een der gevallen, in de eerste twee leden van dit artikel bedoeld, het misdrijf is gevolgd, kan de straf worden verdubbeld.

Artikel 134
Hij die met een buitenlandse mogendheid in verbinding treedt, met het oogmerk om haar tot het plegen van vijandelijkheden of tot het voeren van oorlog tegen de staat te bewegen, haar in het daartoe opgevatte voornemen te versterken, haar hulp daarbij toe te zeggen of bij de voorbereiding hulp te verlenen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Indien de vijandelijkheden worden gepleegd of de oorlog uitbreekt, wordt de doodstraf, levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.

Artikel 135
Hij die met een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam in verbinding treedt met het oogmerk om een zodanig persoon of lichaam tot het verschaffen van steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling te bewegen, om een zodanig persoon of lichaam in het daartoe opgevatte voornemen te versterken of aan een zodanig persoon of lichaam daarbij hulp toe te zeggen of te verlenen, of om een omwenteling voor te bereiden, te bevorderen of teweeg te brengen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 135a
STOFFELIJKE STEUN AAN OMWENTELING
Met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren wordt gestraft:
1º. hij die enig voorwerp invoert, dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijke steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden, dat het daartoe bestemd is;
2º. hij die enig voorwerp onder zich heeft of tot onderwerp ener overeenkomst maakt, dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijke steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden, dat het daartoe bestemd is en dat het voorwerp of enig ander voorwerp, waarvoor het in de plaats is getreden, hetzij met die bestemming is ingevoerd, hetzij door of vanwege een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam daartoe bestemd is.
De voorwerpen waarmede of met betrekking tot welke de in het voorgaande lid omschreven misdrijven zijn begaan, kunnen worden verbeurd verklaard.

MISDRIJVEN TEGEN DE OPENBARE ORDE
Artikel 169
Hij die zich opzettelijk uit in woord, geschrift of afbeelding, waarin, zij het ook zijdelings, voorwaardelijk of in bedekte termen, verstoring van de openbare orde of omverwerping dan wel aanranding van het in Suriname gevestigd gezag wordt aangeprezen of daarvoor stemming wordt gemaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

Artikel 170
Hij die een geschrift of afbeelding, waarin, zij het ook zijdelings, voorwaardelijk of in bedekte termen, verstoring van de openbare orde of omverwerping dan wel aanranding van het in Suriname gevestigd gezag wordt aangeprezen of daarvoor stemming wordt gemaakt, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat, of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat in het geschrift of de afbeelding zodanige aanprijzing of zodanig stemming maken voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel, in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

Artikel 171
Hij, die in het openbaar uiting geeft aan gevoelens van vijandschap, haat of minachting jegens de Regering van Suriname, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

Artikel 172
Hij, die een geschrift of afbeelding, waarin gevoelens van vijandschap, haat of minachting jegens de Regering van Suriname tot uiting komen, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat, of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat in het geschrift of de afbeelding zodanige uiting voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel, in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

Artikel 173
Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beledigende vorm uitlaat over het openbaar gezag in Suriname, over een openbaar lichaam of over een openbare instelling, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste drieduizend gulden.

Artikel 174
Hij die een geschrift of afbeelding, waarin een uitlating in beledigende vorm over het openbaar gezag in Suriname, over een openbaar lichaam of over een openbare instelling voorkomt, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat in het geschrift of de afbeelding zodanige uitlating voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel, in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen twee jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

Artikel 175
Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beledigende of minachtende vorm uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of hun levensovertuiging, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van ten hoogste duizend gulden.

Artikel 175 bis
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of hun levensovertuiging, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van ten hoogste tweeduizend gulden.

Artikel 183
Hij die, kennis dragende van een samenspanning tot een der in de artikelen 128-132a of 140 bedoelde misdrijven, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen, opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis te geven, hetzij aan de ambtenaren der justitie of politie, hetzij aan de bedreigde, wordt, indien het misdrijf is gevolgd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste tienduizend gulden.

Artikel 184
Hij die, kennis dragende van een voornemen tot het plegen van een der in de artikelen 128-145 en 149 omschreven misdrijven, tot desertie in tijd van oorlog, tot militair verraad, tot moord, mensenroof of verkrachting of tot een der in Titel VII van dit Boek omschreven misdrijven voor zover daardoor levensgevaar wordt veroorzaakt, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen, opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis te geven, hetzij aan de ambtenaren der justitie of politie, hetzij aan de bedreigde, wordt, indien het misdrijf is gevolgd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.
Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, kennis dragende van enig in het eerste lid vermeld reeds gepleegd misdrijf waardoor levensgevaar is ontstaan, op een tijdstip waarop de gevolgen nog kunnen worden afgewend, opzettelijk nalaat daarvan gelijke kennisgeving te doen.
Bron: Starnieuws

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *