punt

Noraly Beyer

noraly_beyerAl vóór de sergeantencoup van ’80 werkt ze bij de nieuwsdienst van de nationale zender, STVS.  Ze maakt mee hoe de militairen van de ene op de andere dag de zender inpikken en tot hun communicatiekanaal maken. Ze stapt niet direct op, maar blijft uit journalistieke nieuwsgierigheid en ook omdat de internist Henk Chin A Sen president wordt. Bovendien zeggen de militairen terug te zullen keren naar de kazerne. Zoals zo velen in het land geeft ze de militairen het voordeel van de twijfel.
Hoe is het om in een militaire dictatuur te moeten werken? Hoe doe je dat? Voor ze op de vraag ingaat, vertelt ze  over de omstandigheden die tot de coup van 1980 hebben geleid. Het was erg  onrustig in het land. Arron, de toenmalige premier, deed rare dingen. Hij luisterde niet echt naar het volk en al helemaal niet naar de militairen. Daar waren we getuige van. Het land was in chaos, er waren demonstraties, de militairen wilden een vakbond…het was een vreemd toneel.

Slagveer, de journalist, voegde zich al snel bij de militairen. Hij was politiek journalist en in de tijd dat ik hem leerde kennen had hij een haat-liefde verhouding met de NPS, de politieke partij van de toenmalige premier Arron. Hij ging zich steeds meer ergeren aan de NPS en uitte dat in het bulletin van zijn eigen ‘Persbureau Informa’. Direct na de coup troffen wij hem opeens aan in onze kamer van de nieuwsdienst. Van de ene op de andere dag was hij censor geworden. Onze eerste! Na hem zouden er nog velen volgen: Mijnals, Zinhagel, De Bie.  Ik onderbreek haar en zeg vragend, Slagveer. Slagveer,  slachtoffer van de decembermoorden? Maar dan herinner ik me ineens weer de beelden van Bouterse en Slagveer op een Phagwa-viering, waar ze gebroederlijk lachend proberen te ontkomen aan de  vele kleurige poeders die op ze gestrooid worden. Ja, Slagveer, zegt ze.

Ze vertelt door en maakt duidelijk hoe de weerzin zich opbouwt. Henk Zoutendijk van de Sticusa, een stichting voor culturele uitwisseling, komt de dag na de coup naar de nieuwsdienst. Niets bijzonders, want dat deed hij vaker. Maar nu deelde hij zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog met ons. We moesten het van hem aannemen: Met militairen komt het nooit goed!

Al gauw komen de eerste ruzies met de militairen over de berichtgeving. Alles werd als contraproductief gezien. Samen met Ingrid de Vlugt werkte ze bij de nieuwsdienst. Wij gaan vanaf dan alleen het buitenlands nieuws doen en besluiten zelf ook om niet meer in beeld te komen als presentator.

In de nacht van 7 op 8 december, het was net licht geworden, schrikt ze wakker van lawaai. Er staat iemand voor de deur. Een vriend, lijkbleek. Hij  vraagt om het telefoonnummer van advocaat Baboeram. Hij heeft hem nodig omdat zijn vriend, universitair docent Leckie, midden in de nacht is opgehaald door militairen.

(John Baboeram en Gerard Leckie zijn in die bewuste nacht beiden in Fort Zeelandia geëxecuteerd (JD)

Zelf vindt hij het voor zichzelf ook verstandig het land snel te verlaten. Na een paar weken gaat bij haar thuis de telefoon en hoort ze: Hier is de Vietnamees. Ze is opgelucht en weet dat de vriend veilig in Frans Guyana zit. De Vietnamees? Ik begrijp haar niet en ze legt uit dat ze in die tijd vaak in codetaal spraken. De enige Vietnamees in de wijde omgeving van Suriname was in Saint Laurent, Frans Guyana.

Wat herinnert zij zich nog meer van die nacht van 7 op 8 december?  De paniek die er was …en de branden. De volgende ochtend op weg naar haar werk reed ze langs de resten van het smeulende vakbondsgebouw van de Moederbond en langs radio ABC. Ze hoorde dat er mensen werden opgepakt…Kamperveen…er kwamen steeds meer namen bij…waar waren ze?… De mensen gingen zoeken. Af en toe waren er berichten…  op radiostation Radika…. dat de branden niet mochten worden geblust…verder geen mededelingen… niets … alleen marsmuziek.

Ze ziet de banden die op de nieuwsdienst binnenkomen. Het is materiaal waarop Kamperveen en Slagveer verklaren dat ze in samenwerking met het buitenland een coup zouden plegen. Het gezicht van Kamperveen is aan één kant gezwollen. Hij ziet er terneergeslagen uit. Slagveer is wel toonbaar, ook al praat hij op een voor haar  ongewoon timide manier. Het materiaal van Kamperveen wordt niet uitgezonden op TV. Wel op de radio. Slagveer verschijnt wel in beeld en is ook te horen op de radio. De band met het ruwe materiaal heeft ze meegenomen naar Nederland. De NOS heeft het nog uitgezonden.

Voor ze op die bewuste dag naar huis zou gaan, ontmoet ze op de gang naar het kantoor van de nieuwsdienst één van de ‘revolutionairen’. Hij tilt haar op en roept: Nu hebben we pas een échte revolutie, want er is bloed gevloeid!

Vlak voor de kerst vertrekt ze naar Nederland. Ze gaat nog wel op 9 december naar het mortuarium en een paar dagen daarna ook nog naar de begrafenissen van Cyrill Daal, André Kamperveen en Lesley Rahman.

Amsterdam, 2009