De Bezinningsdienst

Donderdag 26 april 2007
Tijd: 19.00 – 22.00 uur
Lokatie: Sint Alfonsiuskerk
Adres: Verlengde Keizerstraat

Op zaterdag 21 april zie ik een grote advertentie in de Ware Tijd, het toonaangevende ochtendblad van Suriname. In de advertentie wordt bekend gemaakt dat: de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV) op donderdag 26 april een bezinningsdienst houdt in verband met het strafproces van de 8 decembermoorden.

Ik weet dat Betty Goede de voorzitter is, ik bel haar. Ik wil weten waarom juist nu een bijeenkomst wordt georganiseerd en of ik mag filmen. ‘Het OGV wil de nabestaanden steunen in deze moeilijke dagen en het gevoel geven, dat ze er niet alleen voor staan’, zegt Goede. De heftigheid waarmee de discussie over de moorden en de rechtzaak wordt gevoerd, is de directe aanleiding.

Voor toestemming om te filmen moet ik bij pater Karel Choennie zijn, hij leidt de gebedsdienst. Een paar dagen eerder had ik Choennie al kritisch horen spreken over 8 december en amnestie in het televisieprogramma To The Point. Choennie werd ooit genoemd als kandidaat bisschop van Suriname. Hij past in de traditie van Zuid-Amerikaanse priesters, die zich kritisch uitspreken over maatschappelijke en politieke issues. Hij is voor gratie, maar pas als de waarheid is verteld en er berechting heeft plaatsgehad. Meer nog dan voor gratie is hij voor verzoening.

Ik mag opnames maken. De kerk is vol. Veel nabestaanden en vrienden van de nabestaanden, maar ook mevrouw Venetiaan en enkele parlementariërs zijn aanwezig. Betty Goede opent de bijeenkomst, spreekt troostende woorden en vraagt onder meer om wijsheid en kracht voor de rechters. ‘Deze periode moet goed worden afgerond, omdat dan eindelijk de doden herbegraven kunnen worden’, zegt Goede.

Dat is nieuw, dat heb ik nog niet eerder gehoord. Ik krijg niet de indruk dat het tot de aanwezigen is doorgedrongen. Ik hoor er niemand over.

Na de dienst spreek ik Goede en Henk Kamperveen daarover aan. Kamperveen’s vader is een van de 8 december slachtoffers. Herbegraven? Voor Kamperveen is het nieuw. ‘Laat ons de rechtspraak maar eerst afwachten’, zegt hij.
Goede pleit voor herbegraven, omdat de doden snel begraven moesten worden. Op een door de militairen bepaald tijdstip. ‘Ze verdienen een waardige begrafenis’.

Er wordt gebeden en prachtig gezongen door het gemengd koor Troki.
De gebeden zijn niet alleen bedoeld voor de nabestaanden, maar ook voor de verdachten en daders. En voor de slachtoffers, die lijden onder mentale en fysieke foltering. ‘Erger nog dan moord is foltering. Dat de daders tot inkeer komen en Suriname bevrijden van de last die zij al jarenlang meedraagt’, hoor ik Choennie bidden.

Of Choennie of de kerk geprobeerd hebben met de verdachten te praten, vraag ik hem. Hij denkt even na… ‘nee, dat is niet gebeurd’. Of hij iets ziet in een bemiddelende rol, om het belang van de waarheid aan te geven? Hij zou het wel willen, zegt hij, maar alleen als het hem door de verdachten zou worden gevraagd, maar dat ligt niet in de lijn der verwachtingen.

Of we ooit achter de waarheid zullen komen?‘Om eerlijk te zijn, nee!’ ‘Kijk’, zegt hij zacht ‘hij heeft zich al bekeerd’ – doelend op Bouterse – ‘dus hij denkt al vergeven te zijn. Daarbij komt nog, dat als je vanuit de daders redeneert, zij er heilig van overtuigd zijn, dat zij juist gehandeld hebben. Je moet het plaatsen in de context van de tijd’. Choennie zucht, je ziet dat hij worstelt met de materie. Een kerkgenoot brengt de pater een koud glaasje sap. Dat heeft hij wel nodig. De dienst heeft lang geduurd en hij heeft daarna veel pers te woord gestaan. We geven elkaar een hand en nemen afscheid. Hij knoopt de boord van zijn pij los en loopt langzaam weg.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *